PraktijkgevalClemens (55 jaar) is ongehuwd, heeft geen kinderen en heeft na een trouw dienstverband van 15 jaar bij een (tot voor kort) groter bedrijf in de financiele sector te horen gekregen dat hij na 15 jaar trouw dienstverband wordt ontslagen. De arbeidsovereenkomst wordt in overleg ontbonden. Clemens en zijn werkgever komen een schadeloosstelling overeen van € 100.000, - Als Clemens de € 100.000, - in één keer laat uitkeren, zal hij over een groot deel van dit bedrag 52% inkomstenbelasting in box 1 (het huidige toptarief) verschuldigd zijn. Over het bedrag dat resteert (en het rendement dat hij hierop in de toekomst behaalt, zal hij in de (nabije) toekomst in box 3 een vermogensrendementsheffing van 1,2% moeten betalen. Voor Clemens een reden om een zogeheten stamrecht (recht op periodieke uitkeringen) te bedingen. Het stamrecht kan (onder meer) bij een in Nederland gevestigde B.V. bedongen worden. Clemens hoeft niet per se aandeelhouder te zijn van deze B.V. Gebruikelijk is dit voor het eigen"stamrecht echter wel. Clemens besluit om een eigen (stamrecht)-B.V. op te richten. De afkoopsom dient dan rechtstreeks naar deze nieuwe B.V. te worden overgemaakt. De afkoopsom kan overigens pas naar de bankrekening van deze B.V. worden overgeboekt op het moment dat de B.V. van zijn 'in oprichting'-status af is.
Overeenkomst: Er gelden zowel bij de B.V. als bij een verzekeraar enkele spelregels. Zo dienen de uitkeringen uiterlijk in te gaan in het jaar waarin de belastingplichtige 65 jaar wordt. Clemens heeft geen partner en kinderen. Daarom mag hij alleen een stamrecht bedingen met zichzelf als begunstigde. Bij aanwezigheid van een partner of kinderen kan de groep begunstigden binnen de fiscale spelregels ruimer zijn.
Oprenting: Hoe hoger het percentage, hoe hoger het kapitaal wordt waarmee te zijner tijd een uitkering moet worden aangekocht en des te hoger het totaalbedrag van de periodieke uitkeringen die uiteindelijk uitgekeerd moeten worden. Over deze uitkeringen is progressieve inkomstenbelasting in box 1 verschuldigd. In de huidige inkomstenbelasting kan het toptarief dan uitkomen op 52%.
De belastingdienst eist voorts dat de Stamrecht B.V. voor zijn werkzaamheden voor het beheer kosten in rekening brengt. Hierbij kan gekozen worden voor een eenmalige kostenopslag van 5% van het uit te keren stamrecht (met een maximum) dan wel een jaarlijkse kostendoorberekening van 0,5% van het te berekenen U-rendement. Indien niet aan deze 1% sterftekans-eis wordt voldaan, door bijvoorbeeld slechts één keer een bedrag op te nemen, dan wordt dit gezien als afkoop van het gehele stamrecht! Dit betekent naast het betalen van inkomstenbelasting ook nog eens het betalen van revisierente (boete). Als Clemens een deel van de afkoopsom in één keer wenst te ontvangen, dient hij deze wens aan zijn werkgever uit te spreken en wel voordat de gelden de werkgever hebben verlaten. Een deel van het toegekende stamrecht in één keer tot uitkering laten komen behoort daarna dus niet meer tot de mogelijkheden. Te vroeg of te laat de gelden laten overboeken door de werkgever naar de stamrecht B.V. heeft dus verregaande fiscale consequenties.
Beleggen in de B.V.: Mede afhankelijk van het beleggingsprofiel van Clemens kan het voor hem interessant zijn om zijn eigenwoningschuld bij de bank af te lossen en vervolgens bij zijn eigen B.V. dit bedrag weer op te nemen. Er zijn geen fiscale regels die aangeven op welke wijze belegd moet worden. Mocht het zo zijn dat de (risicovolle) beleggingen (bijna) waardeloos worden vanwege een neergaande beurs of de eigen onderneming die failliet gaat, dan zijn daaraan geen fiscale sancties verbonden.
|
